Waarom studeer jij Nederlands? - Woordenschat

12345678910111213141516
Across
  1. 2. regelmatig, vaak
  2. 3. er is ... van (er wordt gesproken over)
  3. 4. iets nabootsen
  4. 7. tussentaal tussen Algemeen Nederlands en dialect
  5. 9. tamelijk
  6. 10. iets beleven, ervaren
  7. 11. geen ... van iets begrijpen (er niets van begrijpen)
  8. 13. heel erg, heel veel, heel groot
  9. 14. iets waardoor je verleid wordt
  10. 15. een...met iemand slaan (een praatje met iemand maken)
Down
  1. 1. ontgoochelend
  2. 5. een ... Brugs (een beetje Brugs)
  3. 6. Verkavelingsvlaams
  4. 7. noodzakelijke voorwaarde
  5. 8. een ... vis (iemand die zich niet goed voelt in een specifieke omgeving)
  6. 12. dialect voor 'meepraten'
  7. 15. begrenzen, kleiner of minder maken
  8. 16. erg bekend, beroemd