Wat weten we nog?!

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940
Across
  1. 3. De eerste zin in een brief begint niet met ‘…’.
  2. 5. De datum achter de plaatsnaam schrijf je … .
  3. 11. Die zaden ontstaan uit een … (bevruchten) zaadknop en ontkiemen binnen een tot drie maanden.
  4. 13. Tekstverbanden worden aangegeven met … .
  5. 15. Maak een verkleinwoord van het volgende woord: oma = …
  6. 16. Als je de lezer meer informatie wilt geven over een bepaald onderwerp, heb je als schrijfdoel … .
  7. 17. Mijn broer … (planten) vorige jaar een mooie buxus in zijn tuin.
  8. 19. Schrijf de volgende woorden aan elkaar: woord + lijst = …
  9. 21. Het boompje is in een jaar tijd aardig … (groeien).
  10. 22. De briefconventies beginnen altijd met de … van de brief.
  11. 23. Zet het volgende woord in het meervoud: tarief = …
  12. 24. Na ‘betreft’ sla je … regels over.
  13. 26. In het … vraag je om een reactie.
  14. 29. Ze … (downloaden) dan ook veel films van het internet.
  15. 31. Loes doet mee aan het pokerspel, maar ze … (folden) de hele tijd.
  16. 34. De buxus is een zaadplant; de voorplanting … (gebeuren) middels zaden.
  17. 36. Een tekst kan feiten en … bevatten.
  18. 39. Zet het volgende woord in het meervoud: melodie = …
  19. 40. Maak een verkleinwoord van het volgende woord: jongen = …
Down
  1. 1. … is een voorbeeld van een signaalwoord dat hoort bij een toelichtend verband.
  2. 2. Dus is een voorbeeld van een signaalwoord dat hoort bij een … verband.
  3. 4. Schrijf de volgende woorden aan elkaar: lamp + kap = …
  4. 6. Maak een verkleinwoord van het volgende woord: lam = …
  5. 7. Het … van de tekst geeft weer waar de tekst over gaat.
  6. 8. Schrijf de volgende woorden aan elkaar: zon + ondergang = …
  7. 9. Heb jij wel eens een film … (streamen) via Netflix?
  8. 10. Maar is een voorbeeld van een signaalwoord dat hoort bij een … verband.
  9. 12. Schrijf de volgende woorden aan elkaar: roos + struik = …
  10. 14. In de … geef je de aanleiding voor het schrijven van de brief en het doel van de brief.
  11. 18. Schrijf de volgende woorden aan elkaar: diepte + punt = …
  12. 20. Als je goed … (pokeren), kun je veel verdienen, maar je hebt ook geluk nodig.
  13. 21. Je sluit de brief meestal af met: ‘Met vriendelijke … ,’
  14. 25. Kim … (houden) van de nieuwste bioscoopfilms.
  15. 27. Zet het volgende woord in het meervoud: bon = …
  16. 28. Zet het volgende woord in het meervoud: vakantie = …
  17. 30. De opbouw van een tekst ziet er als volgt uit: inleiding, …, slot.
  18. 32. Poker is een kaartspel dat met twee tot tien mensen wordt … (spelen).
  19. 33. Maak een verkleinwoord van het volgende woord: penning = …
  20. 35. Maak een verkleinwoord van het volgende woord: foto = …
  21. 37. Zet het volgende woord in het meervoud: cadeau = …
  22. 38. … is een voorbeeld van een signaalwoord dat hoort bij een opsommend verband.