Week 10,11,12

12345678910111213141516171819202122232425
Across
  1. 4. de extra aandacht
  2. 6. de manier waarop de woorden worden uitgesproken
  3. 8. iemand die iets koopt of gebruikt
  4. 10. het naar buiten brengen (van gas of afvalstoffen)
  5. 11. natuurvriendelijk
  6. 13. een toestand waarbij je je prettig voelt
  7. 14. de vervanger, de andere mogelijkheid
  8. 19. even goed of even erg, van gelijke waarde
  9. 20. het werk dat iemand in zijn leven doet
  10. 22. echter, maar
  11. 23. beschadigen
  12. 24. de ideeën over een bepaald onderwerp in de wetenschap
  13. 25. wat met zien te maken heeft
Down
  1. 1. iemand die in hetzelfde land woont als jij
  2. 2. precies
  3. 3. de handicap
  4. 5. betekenen, voorstellen
  5. 6. behoorlijk groot of veel
  6. 7. uit je lichaam laten komen
  7. 9. vaststellen, merken dat het er is
  8. 12. een bewijs dat iets goed is
  9. 15. de eerste stap
  10. 16. de andere vorm
  11. 17. een verschijnsel waaraan je een ziekte herkent
  12. 18. de manier waarop iets gaat
  13. 21. iemand die bijzonder slim is