WEEK 46

123456789101112
Across
  1. 3. de houding, de stand, de manier waarop iets of iemand staat of ligt
  2. 4. heel veel, ontelbaar
  3. 7. namaken
  4. 10. ergens goed tegen kunnen
  5. 12. als het steeds hetzelfde is
Down
  1. 1. de afwisseling
  2. 2. je van iets bewust worden, beseffen
  3. 5. het voorwerp
  4. 6. zeer weinig, bijna niet
  5. 8. iets dat tijdelijk heel populair is
  6. 9. maken
  7. 11. een voorwerp waar er meer van zijn