Weektaak

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839
Across
  1. 5. Vorst (koning) van een Oosters land
  2. 9. Bacteriën in een wond
  3. 12. Wat iedere dag gebeurt
  4. 14. Waarschijnlijk
  5. 16. Nog niet eerder gedaan
  6. 18. Mening over iets of iemand zonder dat je hem of het kent
  7. 19. Een soort goochelaar die zichzelf vaak verwond, zonder wond of bloed
  8. 20. Natter
  9. 23. Een blijk van eer of waardering brengen
  10. 24. Grote ramp
  11. 26. Iets op een leugenachtige manier voor elkaar krijgen
  12. 27. Iets op een gemene, geheimzinnige, slimme manier voor elkaar krijgen
  13. 28. Niet letten op wat je doet
  14. 31. Raar, vreemd, onverklaarbaar
  15. 33. Iemand die met geweld ergens tegen strijd
  16. 34. Niet rustig kunnen zijn, niet stil zitten
  17. 36. bewijs dat je tijdens de misdaad ergens anders was
  18. 38. Van boven naar beneden
  19. 39. Vroeger een vorst (koning) van een Russisch land
Down
  1. 1. Iemand die in dienst is van een rijk man en eten, drinken of andere dingen brengt
  2. 2. Iets op een (gemene) snelle manier voor elkaar krijgen, voor je neus wegkapen
  3. 3. Bijzaak (tegengestelde)
  4. 4. Twee lijnen naast elkaar op gelijke afstand
  5. 6. Geheimzinnig
  6. 7. Nog net niet boos, geïrriteerd
  7. 8. Taai (tegengestelde)
  8. 10. Heel groot, veel, leuk
  9. 11. Nieuw ontdekt talent
  10. 12. Iemand die voor de gemeente werkt
  11. 13. Koe of paard die gras eet
  12. 15. Iemand die gebruikt maakt van iemands tegenslag
  13. 17. Uitleggen
  14. 21. Klein beetje regenen
  15. 22. Storm (tegengestelde)
  16. 25. Iemand die overal iets slechts in ziet
  17. 28. Onrustig, niet stil zitten
  18. 29. Iemand die overal iets goeds in ziet
  19. 30. Noemt het begrip of denkbeeld tweemaal of meerdere malen; voorbeelden: enkel en alleen, blij en verheugd, pais en vree
  20. 32. Plezier hebben
  21. 35. Iemand die ergens voor strijd
  22. 37. Perfect, alles hebben