Weerwoord B week 3

123456789101112131415
Across
  1. 2. wat daarna gebeurt
  2. 4. zorg dragend voor
  3. 5. fijntjes, wat je alleen kunt waarnemen als je heel zorgvuldig bent
  4. 6. krachtig en met grote gevolgen
  5. 9. makkelijk kapot of snel ziek
  6. 10. het geld dat je kunt uitgeven
  7. 11. het ermee eens zijn, of het goedvinden
  8. 13. kalm, zich gezien voelen
  9. 15. in de loop der tijd
Down
  1. 1. het verzet, het signaal dat je ergens tegen bent
  2. 3. sterk en stevig gebouwd
  3. 7. vertellen dat iets gaat gebeuren
  4. 8. het geld dat je krijgt van de overheid om een project uit te voeren
  5. 12. teleurgesteld en boos, zich benadeeld voelen
  6. 14. de reden