Welk woord is het?

12345678910
Across
  1. 3. Het is vaak groen en je kunt het eten, het is gezond.
  2. 5. Eerst was het een eiland, maar nu niet meer.
  3. 8. Naar die man of vrouw ga je soms toe als je ziek bent.
  4. 9. Deze plant kun je drogen, en dan in je sigaret doen.
  5. 10. Het heeft een stuur en een zadel en je kunt ermee naar school.
Down
  1. 1. In deze maand ben jij jarig.
  2. 2. De juf is er bang voor.
  3. 4. Een groep mensen die muziek maakt op instrumenten.
  4. 6. Iets heel goed uitzoeken.
  5. 7. Een ander woord voor dokters.