Across
- 3. Het is vaak groen en je kunt het eten, het is gezond.
- 5. Eerst was het een eiland, maar nu niet meer.
- 8. Naar die man of vrouw ga je soms toe als je ziek bent.
- 9. Deze plant kun je drogen, en dan in je sigaret doen.
- 10. Het heeft een stuur en een zadel en je kunt ermee naar school.
Down
- 1. In deze maand ben jij jarig.
- 2. De juf is er bang voor.
- 4. Een groep mensen die muziek maakt op instrumenten.
- 6. Iets heel goed uitzoeken.
- 7. Een ander woord voor dokters.
