Across
- 3. vertellen
- 5. haten
- 7. helpen
- 9. lezen
- 10. gaan
- 12. fietsen
- 15. wandelen
- 17. bloeden
- 18. schrijven
- 19. vliegen
- 21. verhuizen
- 24. worden
- 26. houden
- 28. zien
- 29. draaien
- 30. rijden
- 31. blijven
Down
- 1. betalen
- 2. vergeten
- 4. staan
- 6. ademen
- 8. planten
- 11. missen
- 13. slapen
- 14. beloven
- 16. schreeuwen
- 20. landen
- 22. sturen
- 23. groeien
- 25. raden
- 27. verven
- 31. zijn
