Across
- 1. Hij(skiën)al sedert hij een kleine jongen was.
- 4. Jan heeft gisteren de tekst (deleten)
- 5. De stem van de kleine godin (echoën) eertijds in alle spelonken.
- 7. Dat hij in de wolken is met je voorstel (worden) je nu alsmaar duidelijker.
- 8. De (promoten) voedingswaren stonden al een paar dagen in het uitstalraam.
Down
- 1. Tijdens de middag (schaften) de arbeiders vroeger nooit langer dan een uurtje.
- 2. Je kan het (verroesten) broodtrommeltje best niet langer gebruiken.
- 3. (Verantwoorden)u maar voor de heisa die in de klas ontstaan is!
- 6. Heeft hij echt (tossen) om te weten wie er als eerste zou starten?
- 8. Ze hebben er de hele nacht flink op los (fuiven)
