Werkwoorden vervoegen

12345678910
Across
  1. 2. Vooraleer ik naar de film vertrok, heb ik me ___________. (douchen)
  2. 4. Voordat we moesten beginnen aan onze toets, ________ mijn vriend en ik erg nerveus.(zijn)
  3. 8. Tijdens de verhuis ________ mijn mama en ik heleboel nieuwe planten. (kopen, VT)
  4. 9. Toen we op schooluitstap gingen, hebben mijn beste vriend en ik een grote sprinkhaan ________. (vangen)
  5. 10. Omdat ik mocht kiezen in welke kleur we onze leefruimte gingen doen, ______ ik het helemaal in het groen! (verven)
Down
  1. 1. Voor mijn zus haar vorige verjaardag ____ mijn vriend en ik een grote taart. (maken)
  2. 3. Ik denk niet dat ik goed heb ______, ik wist het antwoord op deze vraag niet. (opletten)
  3. 5. Tussen de film van gisteren door, _______ we een spelletje op de gsm. (spelen)
  4. 6. Ik heb heel de dag uitgeplant, maar nu het regent, weet ik niet meer wat we kunnen _______.
  5. 7. Een aantal weken geleden _______ ik naar Griekenland op vakantie. (gaan)