Across
- 1. ik ... graag een koffie drinken
- 3. dat doe ik met mijn neus
- 6. ik heb te snel gereden dus ik moet een boete ...
- 8. morgen ... ik hier niet zijn
- 9. een ogenblik, ik weet het niet, ik ... na
- 13. met collega's in een zaal praten over het werk
- 15. als ik in de winkel iets wil ..., heb ik geld nodig
- 17. dat doe ik met mijn mond
- 18. hij is gisteren om acht uur ...
- 19. met mijn ogen kan ik zien of ...
- 21. hij wil de problemen met zijn collega's ...
- 23. ik heb vandaag geen koffie ...
Down
- 1. als het mooi weer is ... ik met mijn hond in het park
- 2. de man heeft veel verdriet: hij ...
- 4. ik moet deze formulieren ...
- 5. ik moet eerst nog een e-mail naar mijn chef ...
- 7. het kind is heel fier omdat hij nu kan ...
- 8. de verpleegster ... voor de patiƫnten op haar verdieping
- 10. gisterenavond heb ik naar een mooie film ...
- 11. ik ga naar de winkel, en ik zal brood ...
- 12. als het mooi weer is, gaan we graag ... in het zwembad
- 14. 's morgens ... ik mijn ontbijt
- 16. tijdens de pauze ... ik met mijn collega's
- 18. na het eten heb ik de borden ...
- 20. de verpleegster heeft de patiƫnt deze morgen ... en aangekleed
- 22. ik heb dat nog nooit gedaan, maar ik wil het wel ...
