Wonen

1234567891011121314151617181920
Across
  1. 4. hiermee eet je soep
  2. 6. speciale stoel voor een kleine of grote boodschap
  3. 7. stuk glas waarin je jezelf kan zien
  4. 9. om in te slapen
  5. 10. hier kan je je kleren in wegleggen
  6. 11. staat in de badkamer en je kan er je handen wassen
  7. 13. klein meubel naast je bed
  8. 16. apparaat waarin je bv brood kan bakken
  9. 19. bovenste deel van het huis
  10. 20. hangt boven het fornuis tegen vieze geuren
Down
  1. 1. om licht aan of uit te doen
  2. 2. hangt voor het raam
  3. 3. onder het gelijkvloers
  4. 5. kleiner dan een bad en je staat meestal recht
  5. 8. hier ga je omhoog of omlaag
  6. 12. hier komt zowel warm als koud water uit
  7. 14. om eten in te bewaren
  8. 15. heel klein appartement
  9. 17. groot vrijstaand huis
  10. 18. hier kan je je al liggend in wassen