Woorden 3.3/4.3

1234567891011121314
Across
  1. 3. functie of baan die iemand heeft
  2. 4. afwisselend
  3. 6. niet van iemand overgenomen
  4. 7. verleidelijk
  5. 9. nerveus
  6. 10. heel plotseling
  7. 13. ergens komen
  8. 14. eten of drinken
Down
  1. 1. in de buurt gelegen
  2. 2. afzonderen
  3. 5. teweegbrengen
  4. 8. boos
  5. 11. geneesmiddel
  6. 12. heel erg druk en rommelig