Across
- 2. – alle auto's, fietsen en andere voertuigen op de weg
- 4. – organen waarmee je ademt
- 7. – groep mensen van ongeveer dezelfde leeftijd
- 9. – ziekte door bacteriën of virussen
- 10. – in leven blijven
- 12. – hoe het gaat op geestelijk en lichamelijk vlak.
- 14. – plek waar kinderen kunnen spelen
- 15. – uitleggen waarom iets gebeurt
- 17. – wat je achter iets ziet; ook iemands verleden
- 18. – openbaar maken, bijvoorbeeld in een krant of op internet
- 20. – minder sterk geworden
- 22. naar het ziekenhuis gaan voor een behandeling
- 25. – bedrag dat je per uur verdient
- 26. – alle landen en mensen op aarde maar ook daarbutien
- 27. – iemand die werkt op een schip of in een vliegtuig
Down
- 1. – niets leuks te doen hebben
- 3. – persoon die in een voertuig zit
- 5. – rij auto's die stilstaan of langzaam rijden
- 6. – plant waarvan sigaretten worden gemaakt
- 8. – verhuizen naar een ander land of gebied
- 11. – lucht naar binnen halen
- 13. – doorgaan en niet opgeven
- 16. – grote titel boven een nieuwsartikel
- 19. – snel gaan omdat je weinig tijd hebt
- 21. – uit de lucht vallen en crashen
- 22. – iemand die iets bekijkt en bestudeerd
- 23. – onverwachte gebeurtenis waarbij schade of letsel ontstaat
- 24. – iemand die geen kind meer is
