Across
- 3. als ik op vakantie ben in een nieuw land, wil ik veel lokale gerechten ....... (= proberen).
- 4. Bert is ........ , hij heeft dus geen werk meer.
- 7. iemand die geen haar op zijn hoofd heeft, is ........
- 8. wat je doet met je neus. Je ....... aan een boeket rozen.
Down
- 1. kleine haartjes boven je ogen
- 2. bruine vlekjes die sommige mensen in de zomer krijgen
- 5. Hoe ziet hij ........? Kan je hem beschrijven?
- 6. Anna spreekt 4 talen, maar ik spreek ....... (=alleen) 2 talen.
