Woorden met au of ou

123456789101112
Across
  1. 3. Kledij om aan je voeten te dragen
  2. 4. Deel van het lichaam (niet ver van de arm)
  3. 6. Maand van het jaar
  4. 8. Kleur
  5. 10. Waar je mee kunt rijden
  6. 11. Niet lief
Down
  1. 1. Vogel met een mooie staart
  2. 2. Niet warm
  3. 3. Mannetje dat in een paddenstoel woont
  4. 4. Slepen, sleuren
  5. 5. Plaats waar je kunt gaan eten
  6. 7. Niet gebakken
  7. 9. Materiaal waar je iets mee kunt bouwen
  8. 11. Mayonaise, ketchup, cocktail,...
  9. 12. Niet jong