Across
- 3. Een ………………………………… is heel zuur.
- 4. Voor een snoepje betaal je maar vijf …………………………………
- 8. Ik eet geen confituur op mijn boterham maar …………………………………
- 9. De chef van de politie noemen we een …………………………………
- 10. Er mist nog een stukje. Die puzzel is nog niet helemaal …………………………………
- 12. Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen zijn twee ………………………………… van België.
- 13. Die stoelen zien er heel …………………………………uit.
- 14. Het midden van de stad noemen we het …………………………………
- 15. Al dat lawaai is niet goed voor mijn …………………………………
- 17. Ik ga naar het ………………………………… van Miley Cirus.
- 18. Voor je verjaardag krijg je van mij een mooi …………………………………
Down
- 1. De ………………………………… ijs met chocolade vind ik lekker.
- 2. In een ………………………………… acrobaten en clowns.
- 3. De ………………………………… komt in de trein langs om de tickets te …………………………………
- 5. In de zomer kunnen we tal van ………………………………… doen, zoals zwemmen, paardrijden en turnen.
- 6. 952 bestaat uit drie …………………………………
- 7. Dit is geen vierkant maar een …………………………………
- 10. Ik drink geen Fanta maar …………………………………
- 11. Ik film die mooie dieren met mijn …………………………………
- 15. Ik loop veel in de vakantie. Dat is goed voor mijn …………………………………
- 16. Op de radio hoor je vaak ………………………………… voor Carglass.
- 17. De gevangenen moeten slapen in de …………………………………
