Woorden thema 1

12345678910111213141516171819202122232425262728293031
Across
  1. 2. –Iets is tijdelijk goedkoper.
  2. 6. -Een klein plaatje of sticker dat je kunt sparen.
  3. 7. –Een machine die iets doet, zoals een telefoon of koffiezetapparaat.
  4. 9. -Een kleine vrucht waar vaak olie van wordt gemaakt.
  5. 12. -Een merk van een supermarkt of winkel zelf. Vaak goedkoper.
  6. 14. -Een geheime code van cijfers voor je bankpas.
  7. 16. –Geluk hebben.
  8. 19. –Afspraak dat een product gerepareerd of vervangen wordt als het kapot gaat.
  9. 21. -Een voorwerp waaruit je kunt drinken.
  10. 23. -Een groot aantal of veel van iets.
  11. 24. -Dunne stukjes aardappel die als snack worden gegeten.
  12. 26. -Hard materiaal dat van bomen komt.
  13. 28. -Een apparaat waarop je programma's en films kunt bekijken.
  14. 30. -Alle mensen.
  15. 31. –Informatie over iemand of iets.
Down
  1. 1. -Best goed, maar niet perfect.
  2. 3. -Een kleine eetbare vrucht, zoals een walnoot of amandel.
  3. 4. -Drinken dat gemaakt is van fruit of groenten.
  4. 5. -Een ruimte waar mensen eten en drinken kunnen kopen.
  5. 8. -Een les aan een hogeschool of universiteit.
  6. 10. –zoveel als nodig is. Niet teveel en niet te weinig.
  7. 11. -Een klein winkeltje waar je bijvoorbeeld snacks of kranten koopt.
  8. 13. –Geld bewaren om later te gebruiken.
  9. 15. -Schoon en goed verzorgd.
  10. 17. -Materiaal dat gemaakt wordt van dierenhuid.
  11. 18. -Een voorwerp dat stroom geeft aan een apparaat.
  12. 20. –Een bericht om iets te verkopen of bekend te maken.
  13. 22. -Iets dat je voor een lage prijs kunt kopen.
  14. 25. -Een voorwerp waarmee je muziek maakt.
  15. 27. –Eerder door iemand anders gebruikt.Niet meer nieuw.
  16. 29. -Een ronde vrucht met een oranje schil en zoet sap.