Woordenbankkruiswoordraadsel

123456789101112131415
Across
  1. 5. Gedeeld met meerdere personen.
  2. 6. Een voorwerp gebruiken of een voorwerp _______.
  3. 7. De horizon is horizontaal en niet ___________.
  4. 9. Een serie is _______ als je op het puntje van je stoel gaat zitten.
  5. 10. Een rijexamen heeft twee delen: praktijk en _______.
  6. 12. De leerkracht zal onze spreekopdracht e______.
  7. 14. Uitleg bij de symbolen, bv. op een kaart
  8. 15. De luidheid van muziek druk je uit in _______.
Down
  1. 1. Wanneer je niet zeker bent, dan ben je aan het _________.
  2. 2. De maan zie je 's nachts, maar heel soms is hij overdag toch _______.
  3. 3. Een uitleg dat voor je de hele klas geeft.
  4. 4. Op je rapport staat het ______ van elk vak.
  5. 8. Geld maakt niet ______.
  6. 11. Ik nodig iedereen uit, _____ Jonas. Die mag niet komen.
  7. 13. De positie die men heeft in een bedrijf/de ____ van een voorwerp.