woordenrij 19

1234567891011121314
Across
  1. 2. Iets waarmee je iets duidelijk maakt of iemand waarschuwt.
  2. 6. Als we klaar zijn met onze oefeningen moeten we ... werken van onze juf.
  3. 7. Als iemand heel erg boos is.
  4. 9. Er zijn vier windrichtingen: noorden, oosten, zuiden en ... .
  5. 11. Met dit toestel kan jouw mama al het stof opzuigen.
  6. 12. Mijn zusje wil heel graag de dvd van Mega Mindy, net zoals mijn nichtje. Ze zegt dan: "Ik wil ook zoiets".
  7. 14. De windrichting afgekort met de letter z staat voor ... .
Down
  1. 1. Goud is heel erg veel ... .
  2. 3. Ieder kind van 6 jaar gaat naar school. (ieder = ...)
  3. 4. Zieke mensen hebben een ... aan vitamientjes.
  4. 5. Mijn broer vergeet steeds opnieuw de dop op de fles te draaien. (steeds opnieuw = ...)
  5. 6. Mijn beste vriend woont een eindje verder in de straat. (een eindje verder = ...)
  6. 8. Tijdens deze moment van de dag staan we op en eten we ons ontbijt op.
  7. 10. Ik ... met een zaklamp in het donkere bos.
  8. 13. Na een korte pauze om wat te drinken, beginnen we ... aan onze training.