Woordenrij les 42

123456789101112
Across
  1. 5. doe je aan de handen in de winter
  2. 6. dit maakt de spin
  3. 7. daarvoor ga je naar de winkel
  4. 8. match
  5. 10. stranddier
  6. 11. moet je af toe bijslijpen
  7. 12. heel erg stil
Down
  1. 1. daar maar je puree van
  2. 2. hiervoor neem je aspirine
  3. 3. deel van de huid van de vis
  4. 4. H
  5. 9. daar ga je naartoe om je identiteitskaart te laten maken