Across
- 3. Niet je echte naam, maar mensen noemen je zo.
- 6. In die tijd, vroeger.
- 9. Gebeuren.
- 10. Bang zijn dat er iets gebeurt wat je niet wilt.
- 11. Nu, in deze tijd.
Down
- 1. Ergens iets tegen doen als het fout kan gaan.
- 2. Een gebied met natuur, zoals bos, hei of weilanden.
- 4. Laten zien dat dit het gebied is, bijvoorbeeld met behulp van linten of door het op een kaart te tekenen.
- 5. Rustig omdat je niet bang hoeft te zijn.
- 7. Zorgen dat je erin of erbij kunt.
- 8. De kans is groot dat het gaat gebeuren.
