Woordenschat A

1234567891011121314
Across
  1. 2. Het weer dat bij een land of streek hoort.
  2. 4. Over de hele wereld.
  3. 7. Erg.
  4. 10. Dan kun je zelf zorgen voor alles wat je nodig hebt.
  5. 11. Heel erg.
  6. 12. Met zo min mogelijk schade voor het milieu.
  7. 14. Heet maken.
Down
  1. 1. Omhooggaan.
  2. 3. Ervoor zorgen dat iets of iemand veilig is.
  3. 5. Naar beneden gaan.
  4. 6. Gewoon.
  5. 8. Iets goed bekijken omdat je er veel van wilt weten.
  6. 9. Iets een beetje kouder maken.
  7. 13. Heel bijzonder, er is er maar een van.