woordenschat blok 2 week 1

1234567891011
Across
  1. 2. als het water hoog staat. Het strand is dan smaller.
  2. 5. alk je goed en rustig op iets kunt wachten.
  3. 7. water dat op en neer gaat.
  4. 8. vrolijk zijn.
  5. 9. het verschil tussen laag water en hoog water bij de zee.
  6. 11. als het wter laag staat. het strand is dan breder
Down
  1. 1. de zon gaat omlaag
  2. 3. als je het moeilijk vindt om op iets te wachten.
  3. 4. ogen uitkijken iets heel mooi vinden om te zien.
  4. 6. de zon gaat omhoog
  5. 10. gat in de lucht springen ergens heel blij om zijn.