Woordenschat blok 7

12345678910111213
Across
  1. 4. Dingen die op het toneel staan.
  2. 5. Iemand die mooie of bijzondere dingen maakt.
  3. 6. Een groep muzikanten.Met blaasinstrumenten en trommels.
  4. 10. Een apparaat. Het neemt berichten op.
  5. 12. Wie je speelt in een toneelstuk.
  6. 13. Het spelen van een toneelstuk of muziekstuk. Of een dans.
Down
  1. 1. Heel groot of heel hard.
  2. 2. Iets van vroeger.Je denkt er nu aan.
  3. 3. Zeggen dat je het ergens niet mee eens bent.
  4. 7. De leider van een orkest.
  5. 8. Oefenen voor een toneelstuk.
  6. 9. Wat je kunt zien vanaf een bepaalde plek.
  7. 11. Zo voel je je als iets spannends voorbij is.