Across
- 4. Dingen die op het toneel staan.
- 5. Iemand die mooie of bijzondere dingen maakt.
- 6. Een groep muzikanten.Met blaasinstrumenten en trommels.
- 10. Een apparaat. Het neemt berichten op.
- 12. Wie je speelt in een toneelstuk.
- 13. Het spelen van een toneelstuk of muziekstuk. Of een dans.
Down
- 1. Heel groot of heel hard.
- 2. Iets van vroeger.Je denkt er nu aan.
- 3. Zeggen dat je het ergens niet mee eens bent.
- 7. De leider van een orkest.
- 8. Oefenen voor een toneelstuk.
- 9. Wat je kunt zien vanaf een bepaalde plek.
- 11. Zo voel je je als iets spannends voorbij is.
