Across
- 3. een konijn = un
- 5. een hondenhok = une
- 7. stout (mannelijk)
- 9. een appel = une
- 10. een vis = un
- 12. een stokbrood = une
- 16. een kruispunt = un
- 18. helpen
- 20. een dier = un
- 21. jong
- 22. buiten
- 23. een straat = une
Down
- 1. een hond = un
- 2. een tuin = un
- 4. een brood = un
- 6. een paard = un
- 7. nu
- 8. daarna, na
- 11. tot
- 13. oversteken
- 14. veertig
- 15. maar
- 17. de verkeerslichten = les
- 19. ver
