Woordenschat deel 4 en 5

123456789101112131415161718192021222324252627
Across
  1. 5. Heel belangrijk
  2. 7. Onlangs voorgevallen, nieuw
  3. 10. Onderbouwd
  4. 13. Vriend, helper, medestrijder
  5. 15. Gevolg
  6. 17. Beslissing, uitspraak, vonnis
  7. 18. Opnemen, opzuigen
  8. 19. Van groot belang, belangrijk
  9. 21. Woord dat gevormd wordt met de beginletters van afzonderlijke woorden
  10. 23. Met geklopt eiwit bereid koud of warm gerecht
  11. 25. Een afgebakend gebied
  12. 27. Als van een dictator, alleenheerser (tiran)
Down
  1. 1. Uit elkaar halen
  2. 2. Onbewuste, spontane reactie op een prikkel
  3. 3. Medeplichtige, iemand die meehelpt bij een misdaad
  4. 4. Opdracht
  5. 6. Vooruitstrevend, openstaan voor vernieuwing of verandering
  6. 8. Opeenvolging van gebeurtenissen in de tijd
  7. 9. Met argumenten aantonen, bewijzen
  8. 11. Behoudsgezind, niet openstaan voor vernieuwing of verandering
  9. 12. Griezelig, onheilspellend, niet veel goeds brengend
  10. 14. Degelijkheid, kwaliteit
  11. 16. Gedicht van drie regels
  12. 20. Wat je kunt zien
  13. 22. De vroegere toestand van iets weer herstellen
  14. 24. Heel fijn, alleen waarneembaar voor een scherpe waarnemer of een gevoelig persoon
  15. 26. Stuk tekst van iemand dat je letterlijk overneemt