Woordenschat groep 5 les 1.11

1234567
Across
  1. 2. De plaats waar je je auto voor een tijdje neer kunt zetten.
  2. 4. Een kleine kamer in de gevangenis of het politiebureau waar daders in worden opgesloten.
  3. 5. Als je dit hebt, mag je als eerste rijden of oversteken.
  4. 6. Iets waarvoor je straf kunt krijgen. Bijvoorbeeld iets stelen.
  5. 7. Iemand die iets erg gedaan heeft wat strafbaar is.
Down
  1. 1. De afspraken over wat wel en niet mag in een spel.
  2. 3. Iemand die iets ergs heeft meegemaakt zonder dat hij daar iets aan kon doen.
  3. 5. Zonder dat het iets oplevert.