Woordenschat oefenen week 2+3

12345678910111213141516171819202122232425
Across
  1. 3. Spullen die iemand achterlaat als die is overleden
  2. 5. Iemand die de gevangenis bewaakt
  3. 8. Overal wat achter zoeken
  4. 10. Iets achterhouden
  5. 11. Positief ingesteld zijn
  6. 13. Iedere keer weer
  7. 15. Er zelf geen voordeel uit willen halen
  8. 16. Een groep mensen die is afgevaardigd
  9. 18. Je ergens niet aan houden
  10. 20. Zonder er op te letten
  11. 23. Oprichter ergens van
  12. 24. Heel fijn poeder
  13. 25. Iemand die een voorbeeld is voor anderen
Down
  1. 1. De wil om door te zetten
  2. 2. Het uitdragen van een boodschap of mening
  3. 4. Naald met slangetje eraan waardoor vloeistoffen in het bloed gebracht kunnen worden
  4. 5. Verbetering
  5. 6. Je kunt er niet bij komen
  6. 7. Nog niet zo lang geleden
  7. 9. Het grootste gedeelte
  8. 12. Zo klein mogelijk maken
  9. 14. Fel overkomen
  10. 17. Bereid zijn om te doen wat er van je wordt gevraagd
  11. 19. Vervelende gebeurtenis die plotseling plaats vindt
  12. 21. Compleet
  13. 22. Prachtig