Woordenschat Taal: thema 10

123456789101112131415
Across
  1. 2. Iemand die opzettelijk iets kapot maakt of doet mislukken.
  2. 7. Wat op dat moment in de mode is.
  3. 8. Een ... positie is een lastige positie, wanneer je in moeilijkheden zit.
  4. 10. Een kenmerk dat past bij een persoon of ding.
  5. 12. Een gebeurtenis die vaak onverwacht of ongewoon is.
  6. 13. Hoe een tekst eruitziet: lettertype, kleur, bladschikking, prenten,...
  7. 14. Iets reserveren of vastleggen. Maar kan ook een bundel papieren zijn waarin je een verhaal kunt lezen.
  8. 15. De stemming ergens
Down
  1. 1. Iets wat echt is gebeurd.
  2. 3. Heel bijzonder. Je kunt het niet overal kopen of zien.
  3. 4. Bijvoorbeeld in Bobbejaanland en Plopsaland vind je dit. Het is iets leuk wat je kunt doen of zien.
  4. 5. Kort en duidelijk, bondig.
  5. 6. Vooraf je tickets bestellen.
  6. 9. Zonder doel.
  7. 11. Iets wat je denkt, maar daarom niet echt is.