Woordenschat TH1 -DEEL 1 -6

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233
Across
  1. 5. Blij zijn met jezelf of met iemand anders (=fier).
  2. 6. In 2010 is zijn kind geboren: de ....... van zijn zoon.
  3. 9. Iemand die graag lekker eet en drinkt en van het leven geniet.
  4. 12. Een maaltijd of een deel van een maaltijd.
  5. 13. Niet graag geld uitgeven of delen.
  6. 15. Iemand heeft mijn fiets gestolen. Ik moet ........ bij de politie doen.
  7. 17. Een kledingstuk dat je op je hoofd draagt als het koud is.
  8. 20. Kapotte dingen door een ongeval of storm.
  9. 21. Een kanaal waarop je televisieprogramma’s kunt bekijken.Een TV-.....
  10. 24. Vriendelijk en respectvol tegenover andere mensen.
  11. 25. Blij en opgewekt.
  12. 26. Zou je graag ........ anders willen wonen?
  13. 28. Een toestel dat je wakker maakt op een bepaald uur.
  14. 29. Het schoolvak over landen, natuur en de wereld.
  15. 30. Altijd op tijd.
  16. 32. geef een synoniem voor "origine"
  17. 33. Gelukkig met een situatie of resultaat.
Down
  1. 1. Let op je handtas! In Barcelona zijn er heel veel .........
  2. 2. Er zijn veel wolken in de lucht. Het is .........
  3. 3. Minder gebruiken of uitgeven om geld of energie over te houden.
  4. 4. Het deel van een elektrisch toestel dat je in het stopcontact steekt.
  5. 5. Een apparaat of machine.
  6. 7. Een felle lichtstraal die je tijdens onweer ziet.
  7. 8. Niet te veel geld, energie of water gebruiken/...... zijn
  8. 10. Hij betaalt alles zelf. Hij is financieel .......
  9. 11. Een bak waar je afval in gooit.
  10. 14. Het schoolvak over het verleden.
  11. 16. De plaats waar je post ontvangt.
  12. 18. Boter of choco op brood doen of zonnecrème op jouw lichaam
  13. 19. Een misdaad waarbij iemand geld of spullen steelt met geweld of bedreiging.
  14. 22. Veel water dat op plaatsen komt waar het normaal niet hoort.
  15. 23. Synoniem voor "elektriciteit"
  16. 27. Niet erg warm of vriendelijk in contact met anderen.
  17. 31. Alles wat met school en leren te maken heeft. Het ........