Woordenschat thema 4: Feest

12345678910111213141516171819202122
Across
  1. 2. Wanneer vlees zacht en sappig is.
  2. 6. Een lijst waarop staat wat je in een restaurant kunt eten.
  3. 9. Plotseling rechtstaan
  4. 11. Als er van iets heel veel is.
  5. 12. Heel vrolijk
  6. 13. Vanaf het begin
  7. 15. Niets of heel weinig eten.
  8. 16. Maken, zorgen dat het in orde komt.
  9. 19. Een taak die moeilijk te verwezenlijken is.
  10. 20. Gebedshuis van moslims
  11. 21. De vorm, de opmaak
  12. 22. Een gebeurtenis die volgt na een andere gebeurtenis.
Down
  1. 1. Vaas om de as van iemand die gestorven is in te bewaren.
  2. 3. Zelfstandig
  3. 4. Wat van een land komt.
  4. 5. Iets bedenken, iets maken.
  5. 6. Iemand die gelooft Allah en in Mohamed.
  6. 7. Ergens je mening over geven.
  7. 8. Plaats waar iedereen mag komen.
  8. 10. De reden waarom iets gebeurt, het heeft altijd een gevolg.
  9. 14. Iets wat je zegt.
  10. 17. Als je naar iets informeert, dan stel je er een vraag over.
  11. 18. Heel vrolijk en erg druk.