Woordenschat week 15

123456789101112131415
Across
  1. 3. Helemaal met iets bedekken.
  2. 4. Erg oud.
  3. 5. Het ding, je kunt het zien en pakken.
  4. 8. Voorbereid.
  5. 9. De bewoonde plek.
  6. 10. Duidelijk worden.
  7. 13. Iemand die in de grond zoekt naar spullen van vroeger.
  8. 14. Gewoon, niet bijzonder.
  9. 15. De plek waar een dode begraven ligt.
Down
  1. 1. Iets wat over is.
  2. 2. Zichtbaar maken, door de bedekking weg te halen.
  3. 5. Kijken naar wat hetzelfde en wat anders is bij twee of meer dingen of mensen.
  4. 6. Iets wat gevonden is, de ontdekking.
  5. 7. Kapot maken.
  6. 11. Iemand die levende dingen onderzoekt.
  7. 12. Heel bijzonder en er zijn er maar weinig van.