Woordenschat week 39

123456789
Across
  1. 2. de weg gaan, ontwijken
  2. 4. indruk maken
  3. 5. manier waarop iemand eruit ziet, het uiterlijk
  4. 6. in die tijd
  5. 8. sterke gevoel dat je iets wilt.
  6. 9. op het eerste gezicht lijkt, schijnbaar
Down
  1. 1. duidelijk maken
  2. 3. wereld insturen, bekendmaken
  3. 7. heel goed in zijn