Woordenschat

12345678910
Across
  1. 2. Stefan heeft ... handen, want hij is zenuwachtig.
  2. 5. Politici zijn vaak ..., want ze doen andere dingen dan ze beloven.
  3. 7. Charlie heeft geen moedervlek, maar een ... op zijn gezicht.
  4. 8. De omaatjes zitten gezellig te ... . Ze praten over koetjes en kalfjes.
  5. 9. Apple is ..., want het bedrijf gaat steeds op zoek naar vernieuwingen.
Down
  1. 1. De ... van het huis is mooi versierd ter hoogte van voordeur.
  2. 3. De bouwonderneming is klaar met het bouwen van het huis, dus het huis wordt opgeleverd.
  3. 4. Dat meisje is ... met haar geld als ze shopt, want ze geeft steeds meer dan 500 euro uit.
  4. 6. Luc is een ... persoon, want hij neemt veel taken op zich.
  5. 10. Het meisje is ..., want ze heeft een hoge dunk van zichzelf.