Woordenschat

1234567891011
Across
  1. 2. Waar je niet doorheen kunt kijken.
  2. 3. Luik in de deur, waardoor de kant naar binnen en buiten kan.
  3. 6. Groot en deftig huis met een tuin
  4. 8. Waar je doorheen kunt kijken.
  5. 9. Beginnen met rennen.
  6. 11. Brede sloot in de stad.
Down
  1. 1. Ergens zitten en goed kijken wat er gebeurt.
  2. 4. Rij struiken.
  3. 5. Rondkijken om te zien hoe of wat iets is.
  4. 7. Huis dat op de hoek van een straat staat.
  5. 10. Pleintje van tegels in een tuin.