Across
- 2. Een apparaat waarmee je op afstand met iemand anders kunt spreken.
- 5. "Stop met mij te ... Straks val ik!"
- 6. Het tegenovergestelde van 'verliezer'.
- 9. Een sport waarbij je op een bal schopt.
- 12. Vandaag ... we de berg!
- 13. De renners gingen vroeger naar de piste om het parcours te ...
- 14. Het tegenovergestelde van 'boven'.
- 15. "Die laatste ... moet je ook nog opeten!"
- 16. Ridders en piraten schieten met ...
- 18. De voorlaatste maand van het jaar.
- 20. A en B zijn ..., 1 en 2 zijn cijfers.
Down
- 1. Het tegenovergestelde van 'instappen'.
- 3. Over die vraag moest ik hard ...
- 4. "Als daar maar geen ... van komen!"
- 7. "Hoe is hij gevallen?" "Hij leunde ..."
- 8. Je moet 'BOE' roepen als je iemand wil laten ...
- 10. Kamer in het huis waar je op je gemak zit.
- 11. Een synoniem van 'volledig'.
- 17. Het tegenovergestelde van 'afhalen'.
- 19. "Wie kan dit raadsel ...?"
