Woordpakket 17

1234567891011121314151617181920
Across
  1. 3. Een apparaat waarmee je op afstand met iemand anders kunt spreken.
  2. 5. Het tegenovergestelde van 'afhalen'.
  3. 6. Over die vraag moest ik hard ...
  4. 7. "Die laatste ... moet je ook nog opeten!"
  5. 9. Je moet 'BOE' roepen als je iemand wil laten ...
  6. 12. Een sport waarbij je op een bal schopt.
  7. 17. "Wie kan dit raadsel ...?"
  8. 19. Het tegenovergestelde van 'verliezer'.
  9. 20. De renners gingen vroeger naar de piste om het parcours te ...
Down
  1. 1. Het tegenovergestelde van 'boven'.
  2. 2. "Stop met mij te ... Straks val ik!"
  3. 4. De voorlaatste maand van het jaar.
  4. 8. "Hoe is hij gevallen?" "Hij leunde ..."
  5. 10. Het tegenovergestelde van 'instappen'.
  6. 11. Een synoniem van 'volledig'.
  7. 13. "Als daar maar geen ... van komen!"
  8. 14. Ridders en piraten schieten met ...
  9. 15. Kamer in het huis waar je op je gemak zit.
  10. 16. Vandaag ... we de berg!
  11. 18. A en B zijn ..., 1 en 2 zijn cijfers.