Across
- 5. Hier kan je les volgen in toneel.
- 6. Een dier met lange oren en knaagtanden.
- 9. Hier kan je logeren.
- 13. Hier kan je veel speelgoed kopen.
- 17. Een ander woord voor een politieman.
- 18. Ik stel een vraag, jij geeft het ...
- 21. Ik twijfelde eerst, maar ik ga het ... doen.
- 22. Hiermee kan je betalen.
- 23. Agenten dragen vaak een ... jas.
- 24. Het tegengestelde van iemand.
- 26. Een rode groente.
- 28. Een ander woord voor altijd.
Down
- 1. Als je blij bent, dan heb je een .. op je gezicht.
- 2. Hier kan je mee spelen.
- 3. Een geel stuk fruit.
- 4. Een chique meneer.
- 5. Iemand die veel toneel speelt.
- 7. Een ander woord voor een man.
- 8. Ze geeft les in een klas.
- 10. Dit zeg je als je iets geeft.
- 11. Iets dat je gaat halen in de winkel.
- 12. Ik ben het niet zeker, dat is ... zo.
- 14. Heel vaak.
- 15. Ik speel graag ..., dan ben ik net iemand anders.
- 16. Een ander woord voor eten.
- 17. Het tegengestelde van nooit.
- 19. Dit eet je 's ochtends.
- 20. Het tegengestelde van niemand.
- 25. Hiermee kan je een kamer opwarmen.
- 27. Ligt op de vloer, is zacht.
