Woordpakket 19: onthoudwoorden

12345678910111213141516171819202122232425262728
Across
  1. 5. Hier kan je les volgen in toneel.
  2. 6. Een dier met lange oren en knaagtanden.
  3. 9. Hier kan je logeren.
  4. 13. Hier kan je veel speelgoed kopen.
  5. 17. Een ander woord voor een politieman.
  6. 18. Ik stel een vraag, jij geeft het ...
  7. 21. Ik twijfelde eerst, maar ik ga het ... doen.
  8. 22. Hiermee kan je betalen.
  9. 23. Agenten dragen vaak een ... jas.
  10. 24. Het tegengestelde van iemand.
  11. 26. Een rode groente.
  12. 28. Een ander woord voor altijd.
Down
  1. 1. Als je blij bent, dan heb je een .. op je gezicht.
  2. 2. Hier kan je mee spelen.
  3. 3. Een geel stuk fruit.
  4. 4. Een chique meneer.
  5. 5. Iemand die veel toneel speelt.
  6. 7. Een ander woord voor een man.
  7. 8. Ze geeft les in een klas.
  8. 10. Dit zeg je als je iets geeft.
  9. 11. Iets dat je gaat halen in de winkel.
  10. 12. Ik ben het niet zeker, dat is ... zo.
  11. 14. Heel vaak.
  12. 15. Ik speel graag ..., dan ben ik net iemand anders.
  13. 16. Een ander woord voor eten.
  14. 17. Het tegengestelde van nooit.
  15. 19. Dit eet je 's ochtends.
  16. 20. Het tegengestelde van niemand.
  17. 25. Hiermee kan je een kamer opwarmen.
  18. 27. Ligt op de vloer, is zacht.