Woordpakket 19

1234567891011121314151617
Across
  1. 2. Mijn ringvinger is ... dan mijn pink.
  2. 5. Hij ... over de ruzie met zijn vriend.
  3. 8. We ... samen met het hele gezin in het park.
  4. 9. 's Nachts is het altijd ... .
  5. 10. Mijn vriendin heeft ... sjaal als ik.
  6. 12. We hebben meer juffen op onze school dan ... .
  7. 14. Heel het bed lag vol ... .
  8. 15. Dit ... past niet op het potje.
  9. 17. Hij zat ... op een bankje.
Down
  1. 1. Mag ik in de ... zitten?
  2. 2. Ik draag ... om in de plassen te springen.
  3. 3. De ... is rond.
  4. 4. Ik heb de ... snoepzak.
  5. 6. Als je verliefd bent, heb je ... in je buik.
  6. 7. De ... hebben een diefstal gepleegd.
  7. 10. De mama kreeg twee meisjes. Ze heeft dus twee ... .
  8. 11. Samen met de hele klas ... we naar het verkeerspark.
  9. 13. Een egel heeft veel ... .
  10. 14. We pakten onze ... voor op vakantie.
  11. 16. Ik wil ... een ijsje dan een pannenkoek.