Woordpakket 21

123456789101112131415161718
Across
  1. 3. Op reis gaan.
  2. 6. "An ... tegen me dat ze geen tijd had"
  3. 7. Tim vertrok voorgoed naar Amerika. Het ... was zwaar.
  4. 8. Apparaat waarmee stof en vuil verwijderd wordt.
  5. 9. Als je een voorwerp bezit, ben je de ... van dat voorwerp.
  6. 10. Het streepje haar boven je ogen.
  7. 11. De overtreffende trap van 'klein'.
  8. 15. "We gaan zwemmen. Maak je ... klaar en kom mee!"
  9. 17. Synoniem voor 'alletwee'.
  10. 18. De 8e maand van het jaar.
Down
  1. 1. Meervoud van 'ei'.
  2. 2. "De muziek op dat feestje stond ..."
  3. 4. Je moet altijd naar je ouders ...
  4. 5. "Bij elke patiënt wordt er een nieuwe naald ..."
  5. 8. Plaats waar je je verborgen kunt houden.
  6. 11. Vorst van een land of rijk.
  7. 12. Stuk land dat aan alle kanten door water omringd is.
  8. 13. "Is Kim een jongen of een ...?"
  9. 14. Meervoud van een poot met nagels (van een roofdier).
  10. 16. "We zijn nu binnen, maar hoe komen we ...?"