woordpakket 9 3e leerjaar

12345678910111213141516171819
Across
  1. 4. hier wonen koningen en prinsen
  2. 5. woont in een paddestoel met rode stippen
  3. 6. vader
  4. 9. sjaal voor op je hoofd
  5. 10. hiermee vlieg je naar de maan
  6. 11. school waar je kan leren dansen
  7. 13. omgekeerde van stil
  8. 15. heel erg stil
  9. 17. hierop kan je zien welke dag het vandaag is
  10. 18. babysit
  11. 19. bossen, weiden, bergen, ...
Down
  1. 1. ring voor in je oor
  2. 2. hier schijf je op
  3. 3. plaatsen waar men spullen maakt
  4. 5. gebroken
  5. 7. plaats waar je woont
  6. 8. vierde maand van het jaar
  7. 12. belevenis
  8. 14. vrouw die bij de politie werkt
  9. 16. dat ben je als je niet blij kan zijn als je vriend een cadeau krijgt