Words lesson 2

12345678
Across
  1. 1. de kosten ergens van
  2. 3. vervoert mensen naar een plaats
  3. 4. vroem vroem
  4. 6. plaats waar je eindigt
  5. 8. een grote auto die spullen vervoert
Down
  1. 1. sommige mensen gaan met de auto harder dan je mag
  2. 2. de trein rijd er over heen
  3. 3. twee wielen en twee trappers
  4. 5. je gaat over het water van de ene naar de andere kant
  5. 7. als je ergens naar binnen gaat heb je het nodig