words lesson 2

12345678910
Across
  1. 2. niet sloom maar
  2. 3. je komt der later door
  3. 6. der rijd een trein op
  4. 7. twee wielen
  5. 9. niet snel maar
  6. 10. je kan daar wachten voor de bus
Down
  1. 1. het vliegt in de lucht
  2. 4. grote auto
  3. 5. niet veilig maar
  4. 8. 4 wielen