Across
- 2. als je iets in een kluis doet ligt het daar .....
- 6. bijvoorbeeld een bus, een trein en een taxi.
- 9. als je vliegtuig te laat is heb je .......
Down
- 1. als je op vakantie gaat ga je op .....
- 2. een bus stopt bij een bus.....
- 3. een boot die je van de een naar de andere kant brengt(van het water)
- 4. een trein onder de grond
- 5. als je in de file staat rij je ......
- 7. een trein rijd op een .....
- 8. je ...... in een auto.
