Across
- 2. wait : je moet het meestal bij een bus.
- 3. : iets waarin jekan rijden.
- 6. day : de dag waar iedereen elkaar leuk vind.
- 7. : een voertuig waar je mensen mee kan wegbrengen/ ophalen.
- 8. : je moet meestal lachen.
Down
- 1. travel : je gaat dan naar een bepaaklde bestemming met een voertuig.
- 2. : je kan het kopen om ergens binnen te gaan.
- 4. : waar mensen meestal dansen.
- 5. : een heks is meestal niet heel aardig.
- 9. year : meestal steken ze vuurwerk af.
