Words lesson 2 - Gijs Regoort

123456789
Across
  1. 1. niet sloom maar
  2. 3. wat op de weg rijd
  3. 7. niet goedkoop maar
  4. 8. waar een keeper in staat
  5. 9. geen trein maar een
Down
  1. 2. waar mee je in een trein kan
  2. 4. waar een trein op rijdt
  3. 5. niet duur maar
  4. 6. wat kan varen en waar een auto op kan staan
  5. 9. niet snel maar