Words lesson 2- Puck Vermeulen

123456789101112
Across
  1. 5. je hebt er dagelijks mee te maken als je op de fiets zit.
  2. 7. als je ergens aan komt.
  3. 9. het tegenovergestelde van gevaarlijk.
  4. 10. een vervoersmiddel dat kan vliegen.
  5. 11. als je ergens langer voor moet wachten omdat het later is.
  6. 12. een trein onder de grond.
Down
  1. 1. om op vakantie te gaan met een airplane dan moet je iets kopen.
  2. 2. als je op vakantie gaat dan ben je aan het ......
  3. 3. vervoersmiddel met 2 banden.
  4. 4. een auto waar je voor moet betalen om ergens heen te gaan.
  5. 6. het tegenovergestelde van duur.
  6. 7. een persoon die een voertuig chauffeur van een voertuig.
  7. 8. een voertuig op het water waar je voor moet betalen.