Across
- 1. Zinken na een ongeluk
- 5. De richting
- 7. De lijn in de verte waar de lucht en de aarde elkaar lijken te raken
- 9. Een kleine, sterke motorboot die andere schepen achter zich aan kan trekken
- 11. Groot, geweldig, indrukwekkend
- 12. De mensen die op een schip werken
- 14. De keuken op een schip
- 16. Een dikke muur waar boten kunnen aanleggen en laden en lossen
- 19. Zorgen dat iemand veilig is en goed verzorgd wordt
- 20. De rechterkant van een schip
- 21. Het kind van ouders die op een binnenvaartschip wonen en werken
- 23. Apart, alleen, eenzaam
- 24. Een schip of vrachtwagen leegmaken, uitladen
- 25. Een schip dat gemaakt is om veel mensen te vervoeren
- 28. Een botsing bij het varen
- 29. Een groot schip waar spullen mee vervoerd worden over het water
- 31. Een soort huisje op een schip waar je droog en warm kunt zitten
- 32. Een bed in een boot
- 33. Een grote, dure boot die iemand voor zijn plezier heeft
- 34. De kamer op het schip om te sturen en alles in de gaten te houden
Down
- 1. Een boot die dagelijks tussen twee plaatsen vaart
- 2. Doodgaan door een ongeluk
- 3. Het deel van het leger dat op schepen en op het water werkt
- 4. Wat je doet om iemand die in nood is te helpen
- 6. Iemand op een varend schip
- 8. Een groep schepen
- 10. De linkerkant van een schip
- 13. Een teken dat je geeft als je in nood bent
- 15. Een schip dat spullen vervoert over rivieren en kanalen
- 17. De voorkant van een schip
- 18. Een groot en ernstig ongeluk met een schip
- 22. Iemand die reist in een auto, trein of schip
- 26. Een plek waar kinderen door de weeks wonen
- 27. Een reis over het water
- 30. Heel erg en droevig, maar niemand kan er iets aan doen
