Across
- 3. Daar koop je medicatie.
- 6. Je belt om 8u naar deze plaats.
- 7. De dokter vult dit groen papier in.
- 8. Deze kleur van attest stuur je naar Werkhaven.
- 9. Een ander woord voor bellen.
Down
- 1. Met dit paper ga je naar de apotheek.
- 2. Hij kan je controleren wanneer je ziek bent.
- 4. Een ongeval tijdens het werk.
- 5. Zij betalen je loon wanneer je ziek bent.
